Bouke Oldenhof (1957) studeerde Nederlands, Fries en Theaterwetenschap in Groningen en Amsterdam. Na een korte loopbaan in het onderwijs als lerarenopleider en didacticus debuteerde hij in 1991 met het plattelandsminiatuur Rolbrug, dat genomineerd werd voor de Prosceniumprijs en in verschillende versies meer dan tweehonderd opvoeringen beleefde. ‘Abe’ in het voetbalstadion van de SC Heerenveen trok internationale aandacht door de combinatie van theater over het leven van de bekende voetballer met het naspelen van een voetbalwedstrijd. Met ‘Niemand spaart mensen’ debuteerde hij bij Theater De Citadel als jeugdtheaterschrijver; in 1999 werd aan ‘Medusa’ de Hans Snoeckprijs toegekend als beste jeugdtheatervoorstelling van Nederland en Vlaanderen.
Vanaf 1998 is Bouke Oldenhof fulltime werkzaam als toneelschrijver. Zijn werk omvat plattelandsminiaturen, grootschalige spektakelvoorstellingen, jeugdtheaterteksten en community-projecten. Recenter spraakmakend werk van zijn hand is ‘Marijke Muoi’ (openingsvoorstelling LF2018), 'Hanna van Hendrik' (Vliegbasis Twenthe 2019, reprise in 2021, met meer dan 100.000 toeschouwers) en 'De Fury van Dokkum'. In 2024 toerde `Avond' langs de Nederlandse theaters, een vertaling van het Friestalige 'It wie op in simmerjûn'.
Veel van zijn Friese werk wordt gespeeld door Pier21, zoals 'Feteranen' (ook in het Nederlands door toneelgroep Het Volk), 'Kneppelfreed' in het Gerechtsgebouw in Leeuwarden, de scholenvoorstelling 'Kanoet' en 'En ik dan?'
Daarnaast werd zijn werk geproduceerd door onder andere Artemis, Theater van het Oosten, het Zuidelijk Toneel, Gnaffel, Theater De Citadel en Tryater. Zijn werk is ook gespeeld in Duitsland, Belgie, Italië, Oostenrijk, Brazilië. Diverse teksten lenen zich ook goed voor opvoeringen door amateurtheaterverenigingen.
In 2024 verscheen zijn eerste volledige roman, 'Monuminteman', bij Bornmeer.
'Natuurlijk is het hoogmoed om te proberen mijn werk samenvattend te karakteriseren, maar ik doe toch een poging. Ik wil met mijn stukken de toeschouwers een hart onder de riem steken. Jij ziet in mijn verhalen personages die denken alles in het leven in een keer goed te kunnen doen. Maar dat leven kent zo zijn eigen verloop: mensen hebben een tekortschietend begrip van de wereld, ze schatten de wensen van hun medemensen verkeerd in, ze hebben een te rooskleurig zelfbeeld. Daardoor mislukken hun plannen. Een beetje zoals Tsjechow zijn personage zo mooi laten zeggen: "We zouden twee keer moeten leven: één keer in het klad en één keer in het net." Maar uiteindelijk is het doorprikken van illusies reinigend, als je kunt opbrengen je tekortschieten onder te zien. En dan is het leven dat je leidt in een krikkemakkerige wereld jouw mooiste leven - je hebt er immers maar één.'